Op weg naar Wassenaar


uitgever Rip Pers

ISBN 90-5911-366-7

formaat 13,5 x 21,5 cm, 240 pagina’s

omslagontwerp Rob van de Nol

verkrijgbaar via Biografie pagina


Op weg naar Wassenaar is geen brievenboek, in ieder geval geen traditioneel brievenboek. Geen van de in dit boek opgenomen epistels tussen Frans Mouws en Paul Westgeest werd ooit aan de posterijen toevertrouwd. Ze gingen zonder uitzondering over de digitale snelweg van zender naar ontvanger.

Ook is het geen traditioneel brievenboek omdat er niets werd geschrapt of gewijzigd. De e-mails zijn opgenomen in al hun glorie en feilen. Dit boek bevat zeker geen ijdele praat. Het is de getuigenis van de zoektocht naar het Wassenaarse verleden van Boudewijn Büch, die schrijver Frans Mouws aan de hand van Buchs jeugdvriend Paul Westgeest maakt.

Op weg naar Wassenaar is veel meer dan een brievenboek, het is de wordingsgeschiedenis van de Büch biografie Weg uit Wassenaar, en daarmee een fundgrube aan feitjes over Boudewijn Büch.


                                    Voorwoord Paul Westgeest

Waarde lezer,

Indien u besluit dit unieke boekwerk te gaan lezen, zult gij weldra bemerken dat u met deze beslissing een goede hebt genomen. Het werk bevat niet alleen een aantal unieke documenten omtrent de persoon van BMIB, maar is daarnaast een literaire thriller van een hoog  gehalte.

In de zomer van 2003 benaderde Frans mij, middels een uiterst vriendelijke brief, met de vraag of ik hem zou willen helpen bij het schrijven van een biografisch boek over de Wassenaarse en Leidse jaren van Boudewijn. Dit verzoek verraste me toch wel enigszins, aangezien ik geruime tijd niets had vernomen over enige activiteit aan het Büch front. Vanzelfsprekend had ik aangenomen dat hiermee een einde was gekomen aan de “Büchhype”. Dit was niet geheel onverwacht na de welhaast hysterische vloedgolf van “vrienden” van Boudewijn die op het TV-scherm over elkaar heen tuimelden en elkaar met kopstoten er net zo gemakkelijk weer vanaf donderden. Wat ze onderling gemeen hadden was de verontwaardiging over het niet bestaan van zijn zoon. Hierbij ben ik bijna geneigd hoofdletters te gebruiken. Maar scherts en luim over Hem en zijn eniggeboren Zoon, laat staan over Zijn plaatsvervanger op aarde, zijn in dit profane kader natuurlijk volledig ongepast. Met verbazing, ja verbijstering heb ik dit alles aanschouwd, zonder in de gelegenheid te zijn hier enig tegenwicht aan te bieden.

Het verzoek van Frans kwam dus als een “Deus ex Machina”. Enerzijds gaf het mij de gelegenheid om de waarheid, welke dat ook moge zijn, over Boudewijn te vertellen, anderzijds droeg het ook bij aan mijn rouwverwerking. Zonder aarzeling heb ik Frans dan ook mijn medewerking toegezegd.

Bij het herlezen van onze e-mail correspondentie, zag ik dat zich hierin een bepaald patroon ontvouwde. Aanvankelijk kon ik me nog weinig details uit ons beider jeugd herinneren. Dit verbaasde me in hoge mate. Na – en naar aanleiding van - het overlijden van Boudewijn had ik met familieleden, vrienden en kennissen menig herinnering aan hem opgehaald. Zodoende leek het me logisch dat ik op verzoek en ad libitum feiten kon ophoesten. De werkelijkheid bleek taaier.

Naarmate ik, door Frans hiertoe gestimuleerd, mijn herseninhoud steeds vaker en heviger door de mangel haalde, groeide het aantal bijzonderheden logaritmisch. De talloze details die tijdens dit proces uitgewrongen werden, in een coherente structuur hun correcte plaats te geven bleek ook niet zo eenvoudig. Maar door een intensieve kruisbestuiving tussen Frans zijn navorsingen en mijn gestolde hersenspinsels, kristalliseerde zich uiteindelijk toch een ordening uit.

De aanvankelijke losse en onsamenhangende stukjes bleken tenslotte als een legpuzzel in elkaar te passen. Dit proces is in dit meelboek goed te volgen en was voor mij achteraf zeer verrassend.

Onwillekeurig was ik er van uit gegaan dat er op het meesterwerk “Weg uit Wassenaar”, van onze nieuwe volksschrijver Mouws geen vervolg meer zou uitkomen. Onwetend dat er nog talloze schrifturen over BMIB zouden volgen en de Büchwelle tot op heden zou voortduren.               

Daarom was het achteraf wellicht beter geweest dat ik de vele anekdoten over B. gedoseerd had beschreven en niet in vrijwel één keer had vrijgegeven.  

De lezer mag dit zelf beoordelen.